Het is niet altijd gemakkelijk om nog origineel uit de hoek te komen als je een (jeugd)boek over de Tweede Wereldoorlog wil schrijven. Je kan – zoals Aline Sax in het schitterende Wat ons nog rest – in een versroman de Duitse kant van de oorlog belichten. Je zou ervoor kunnen kiezen – zoals Liz Kessler in Toen de wereld nog van ons was – het verhaal vanuit drie perspectieven te vertellen. Of je kan een thema belichten dat in jeugdboeken zelden (of misschien zelfs niet?) aan bod komt: de codekrakers die hun best deden om de geheime boodschappen van de Duitsers te ontcijferen. Dat is precies waar Ruta Sepetys en Steve Sheinkin de mosterd haalden in Het raadsel van Bletchley Park.
Al vanaf de eerste pagina was ik helemaal weg van Lizzie. Ze staat op het punt naar Amerika ‘verscheept’ te worden. Haar ouders zijn omgekomen, al gelooft ze dat zelf niet wat haar moeder betreft. Dat is ook de reden waarom ze op een slinkse – en hilarische – manier van het schip weet te komen en op zoek gaat naar haar broer Jakob. Ze komt uiteindelijk samen met hem in Bletchley Park terecht, waar Jakob in het grootste geheim aan het werk is als crypto-analyst. Zelf krijgt ze er ook een baan, maar haar voornaamste zorg is te achterhalen wat er met haar moeder gebeurd is. Omdat Lizzie zweert bij mensen die rechtdoorzee zijn, maakt ze snel vrienden, die haar bijstaan in haar detectivewerk.
Het boek is een fijne mix van fictie en waargebeurde feiten. De dreiging van de oorlog blijft altijd op de achtergrond, tot hij plots heel dichtbij komt. Het was verrassend om plotseling bestaande personages zoals Alan Turing door het verhaal te zien lopen. Ook het thema spionage wordt op een begrijpelijke manier in beeld gebracht. En wat de codes betreft: zelfs een wiskundekluns als ik kon er een touw aan vastknopen. Missie geslaagd dus. De codes die de auteurs in het boek verstopten zijn bovendien een leuke uitdaging voor lezers die van wiskunde en logica houden. Achteraan in het boek besteden de auteurs de nodige pagina’s om alles haarfijn uit te leggen. Hoewel de thema’s best zwaar zijn, zorgt de humor van de personages voor een zekere luchtigheid die het allemaal verdraaglijk maakt.
Die personages vormen echt de motor van het verhaal. Je kan je geen grotere tegenpolen voorstellen dan Jakob en Lizzie. Grote broer is ernstig, introvert, een denker die alle risico’s al honderd keer doordacht heeft voor hij actie onderneemt. Lizzie daarentegen is een impulsieve flapuit (want rechtdoorzee, weet je nog?) die niet verlegen zit om een grap hier en daar. Ze reageren ook totaal verschillend op de verdwijning van hun moeder. Als volwassen lezer snap je wel dat Jakob vooral zijn zusje wil beschermen, maar daar heeft zij zelf geen boodschap aan. Het botst dan ook soms behoorlijk tussen die twee en die wrijving voel je als lezer. Ik voelde me zelf geneigd om tussenbeide te komen en vooral Jakob eens goed door elkaar te schudden en hem op te dragen zijn zus te helpen.
De hoofdstukken zijn kort en het perspectief wisselt telkens tussen broer en zus. Op die manier is er ook een mooie balans tussen het zwaardere gemoed van Jakob en het optimisme en de humor van Lizzie. Het zorgt ook voor een mooie afwisseling tussen de historische feiten in het park, de uitleg over het Enigma-raadsel en de ernst enerzijds en de impulsieve, maar spannende zoektocht van Lizzie anderzijds. Als de twee verhalen uiteindelijk met elkaar verweven geraken, bouwt de spanning steeds verder op.
Het raadsel van Bletchley Park is meer dan een historisch jeugdboek. Het is een spannend verhaal vol humor, raadsels, vriendschap en liefde. Een warm verhaal waarin oorlog en spionage een belangrijke rol spelen, maar niet de toon van het boek bepalen. Dan doen de hartverwarmende personages. Omwille van de thema’s kreeg dit boek de leeftijdsaanduiding plus twaalf. Omwille van de eenvoudige schrijfstijl kan het volgens mij ook jongere lezers met een zekere bagage aanspreken. Maar eigenlijk is dit een boek voor jong én minder jong.
Het raadsel van Bletchley Park | Ruta Sepetys en Steve Sheinkin | Uitg. Luitingh-Sijthoff (2025) | 366 pp. | Vert. uit het Engels door Aleid van Eekelen-Benders
Met dank aan de uitgeverij voor het recensie-exemplaar.


Geef een reactie