Ik hou wel van een beetje horror op zijn tijd. Op Instagram kwam ik verschillende lezers tegen die Vroeger woonden wij hier bijzonder spannend vonden, maar ‘het niet helemaal begrepen’. Uitdaging genoeg voor mij om te zien of ik slim genoeg was om wél te snappen wat Marcus Kliewer me wilde vertellen.
Het zou ook mijn nachtmerrie kunnen zijn: een gezin staat ‘s avonds voor de deur, vraagt of ze het huis misschien snel eens mogen bekijken, want zij woonden hier vroeger en dan … krijg je ze met geen stokken meer buiten. Dat is in een notendop waar dit verhaal over gaat.
Om te beginnen kon ik me enorm vinden in hoofdpersonage Eve. Ze twijfelt of ze de vreemdelingen wel moet binnen laten, maar mist de daadkracht om neen te zeggen. Telkens als ze genoeg moed verzameld heeft om hen terug buiten te werken, komt er iets tussen. Ik moet toegeven dat ik soms wel een beetje het gevoel had dat Kliewer de gebaande horrorpaadjes niet helemaal los durfde te laten: een huis met een kelder vol geheimzinnige hoeken en gaatjes, een sneeuwstorm, een verdwenen telefoon … Gelukkig maakt dit het verhaal niet voorspelbaar en weet hij toch te verrassen. Charlie, de vriendin van Eve, komt wél thuis. Eve weet wél uit het huis te vertrekken. Alleen de gasten buiten krijgen blijkt moeilijker te zijn. Maar niet onmogelijk. Hoe verder het verhaal vordert, hoe bizarder het allemaal wordt. Tot je als lezer zelf niet meer weet wat er nu eigenlijk precies gebeurd is.
Dat deed me denken aan Maud Vanhauwaert. Wie Tosca gelezen heeft, zal snappen wat ik bedoel. Toen we haar met de leesclub uitnodigden en vroegen hoe dat nu eigenlijk zat met dat einde, gaf ze te verstaan dat iedereen dat naar eigen inzicht mocht invullen. Ik had nog nooit zo’n vreemd, verwarrend einde gelezen, maar ik denk dat dit boek er toch bij in de buurt komt. En ik denk eigenlijk ook dat Kliewer precies hetzelfde wilde doen als Maud Vanhauwaert: de waarheid in het midden laten. De lezer zelf laten invullen. Daarom snap ik ook wel de bookstagrammers die zeggen het niet helemaal begrepen te hebben.
Voor de rest kan ik me wel vinden in de mensen die het in één ruk uitgelezen hebben. Ik had er ook maar twee avonden voor nodig. Er gebeurt zoveel en het is zo levensecht beschreven, dat je gewoon wil weten wat er precies aan de hand is. Het is vooral knap hoe de auteur via kleine details en ogenschijnlijk doodnormale feitjes de realiteit steeds meer weet te vervormen. Daardoor heb je in het begin niet eens door dat je in een horrorverhaal terechtgekomen bent. Hij zwaait ook niet met bloederige scènes of schrikeffecten, maar weet de spanning zo subtiel op te bouwen dat je eraan bent voor je het weet. En dat is net die bevreemdenden sfeer die zo lang blijft hangen.
Elk hoofdstuk wordt ingeleid door een soort dossier, losse stukken die iets vertellen over een onderwerp dat met het hoofdverhaal te maken heeft. Het is een puzzel op zich om te achterhalen wat de link met het verhaal telkens is. Soms zaaien die stukjes alleen maar meer verwarring, maar verwarring is volgens mij gewoon het hoofdthema van dit boek.
Een griezelverhaal lezen als je helemaal alleen thuis bent, het is misschien niet het beste idee. Maar ik moet toegeven dat het al bij al wel meeviel. Het was geen ondraaglijke spanning die me die nacht wakker hield, maar wel de beklemmende sfeer en het bevreemdende einde.
Vroeger woonden wij hier | Marcus Kliewer | Uitg. Luitingh-Sijthoff (2025) | 287 pp. | Vert. uit het Engels door Lia Belt
Met dank aan de uitgeverij voor het recensie-exemplaar.


Geef een reactie