Mijn uitgangspunt voor Boek&babbel is altijd geweest dat ik mijn eerlijke leeservaring wil meegeven. Het is gemakkelijk om alleen te schrijven over boeken die je graag gelezen hebt. Ik krijg echter ook recensie-exemplaren toegestuurd en die verdienen ook een plekje, of ik ze nu goed vond of niet. Dat is de deal. Vandaag moet ik de fans van Freida McFadden ontgoochelen: hoewel ik erg naar De crash uitgekeken had, heeft het me ontgoocheld.
Toen ik in de aanbiedingsfolder de korte inhoud las, verwachtte ik een beetje een Rosemary’s baby. Tegan is acht maanden zwanger en staat op het punt een financieel aantrekkelijke deal te sluiten. Tot daar iets tussenkomt en ze halsoverkop naar haar broer vertrekt. In een sneeuwstorm. Slecht idee, dat zie je van ver. Ze krijgt een auto-ongeluk en wordt gered door Hank, een boom van een kerel met een ruwe baard. Een type dat niet meteen vertrouwen inboezemt. Gelukkig heeft hij ook een vrouw, Polly, die verpleegkundige is (of eigenlijk was). Hoewel bij Tegan voortdurend alle alarmbellen afgaan, laat ze zich toch door dit echtpaar overhalen om naar de kelder te verkassen, waar een ziekenhuisbed staat. Met de belofte dat ze snel de hulpdiensten zullen bellen, laten de twee haar daar de nacht doorbrengen. Ik verklap niets als ik vertel dat haar verkeerde keuzes haar zuur zullen opbreken.
In het begin vond ik Tegan nog een pittige dame. Ze neemt een beslissing die ik alleen maar kan toejuichen. Maar van het moment dat ze in haar auto stapt om een sneeuwstorm te trotseren, verandert dat. Plotseling transformeert ze in een naïef meisje dat op geen enkel moment luistert naar haar gezond verstand. En dat wordt naar mijn aanvoelen ook op een bijna kinderlijke manier beschreven. Waar ik de schrijfstijl van McFadden in haar vorige boeken nog kon smaken, raakte ik er in De crash eerder door geïrriteerd.
Tegan noemt haar ongeboren kind Tonijntje en praat tegen haar. Tot hier niets abnormaals. Ik heb dat waarschijnlijk ook gedaan toen ik zwanger was (niet dat ik een van mijn dochters een vis noemde, wel dat ik tegen ze praatte 😉). Maar dat dit kind ook terugpraat, dat ging er voor mij een beetje over. Het droeg alleen maar bij aan de kinderlijke schrijfstijl die me tegenstond.
Misschien vond ik Hank wel het interessantste personage. Zonder te veel te vertellen: hij lijkt de enige persoon die zijn hersenen wel voor het juiste doel gebruikt. Hij is ook de enige voor wie ik sympathie voelde. Dat hij niet degene is voor wie Tegan bang moet zijn, daar kom je snel genoeg achter en dat vermoed je eigenlijk al vanaf het moment dat hij haar probeert te helpen. Anders zou het er allemaal te vingerdik op liggen en dat kan je McFadden nooit verwijten. Ze is nu eenmaal de koningin van de plottwist.
Zolang ik aan het lezen was, had ik dus nog hoop. Er zou wel weer ergens een duveltje uit een doosje springen dat ik helemaal niet had zien aankomen. Dat was ook zo, maar ook hier was ik ontgoocheld. Te ver gezocht, te onwaarschijnlijk. Of ik word te veeleisend. Dat is natuurlijk ook een mogelijkheid.
Was er dan niets goed aan dit boek? Toch wel, hoor. De hoofdstukken waren weer lekker kort, waardoor het boek snel leest. Af en toe gebeuren er wel spannende dingen en die weet McFadden altijd heel levensecht te beschrijven.
Misschien moet ik deze auteur maar even on hold zetten. Misschien heb ik gewoon te veel van haar gelezen in te korte tijd en worden mijn verwachtingen daardoor niet meer ingelost. Wie zal het zeggen. Sorry aan alle superfans, maar voor mij even geen Freida McFadden meer. Er staan nog heel veel andere boeken in mijn kast die roepen om gelezen te worden. Misschien staat mijn volgende favoriete auteur daar nog wel ergens tussen.
Je mag het natuurlijk altijd met mij oneens zijn en mij van het tegendeel proberen te overtuigen 😊.
De crash | Freida McFadden | LAB Uitgevers (2025) | 333 pp. | Vert. uit het Engels door Marie-Louise van Dongen
Met dank aan de uitgeverij voor het recensie-exemplaar.


Geef een reactie