Wat je moet doen als je een herkenbaar kinderboek wil schrijven: je neemt een jongetje dat van lezen houdt, een irritant klein broertje heeft, ouders die hem niet begrijpen en een lieve, taartenbakkende buurvrouw die dat wel doet. Maak het jongetje eenzaam en geef de buurvrouw een hond met wie de jongen wel overweg kan. Giet alles bij elkaar en je wordt zeker geen masterchef kinderboeken bakken. Daarvoor heb je op zijn minst nog enkele verrassende ingrediënten nodig. Dat weet Mats Strandberg ook en daarom gaf hij een originele twist aan Alleen in de nacht.
Na een onschuldige hondenbeet krijgt Frank ‘s nachts een nachtmerrie die helemaal geen droom blijkt te zijn. Hij verandert in een monster. Alleen heeft hij dat zelf helemaal niet door, want het enige wat hij wil, is dat iemand over zijn buik wrijft. Net zoals de hond van de buurvrouw dat zo graag wil. Maar dat snappen de mensen niet en voor hij het weet staat het hele dorp in rep en roer en zit zelfs de politie achter hem aan. En als dat voor jou nog niet verrassend genoeg is, wordt hij ook nog eens gered door heel bijzondere wezens.
Dit boek barst van de tegenstellingen. Eerst en vooral zijn er dus de onschuldige bedoelingen van Frank, die helemaal verkeerd begrepen worden. Maar er zijn ook subtielere verschillen. Het verschil bijvoorbeeld tussen Frank en zijn broer. Het onbegrip van Franks ouders tegenover het luisterende oor van de buurvrouw. En de tekeningen. Als je die bekijkt, is er nergens een verschrikkelijk monster te zien. De ‘monsterfrank’ lijkt eerder op een puppy met een hoog knuffelgehalte.
Reden genoeg dus om aan te nemen dat je het allemaal niet te letterlijk mag nemen. Frank is eigenlijk een negenjarig jongetje dat gezien wil worden zoals hij is. Hij is wanhopig op zoek naar vrienden die niet van hem verwachten dat hij zich naar hun normen plooit, maar die net als hem ‘anders’ zijn (alhoewel: hoe anders ben je als je meer van lezen dan van voetbal houdt?), elk op hun eigen manier. Hij is banger voor zichzelf als monster, dan voor de monsters onder zijn bed. Hij voelt zich onbegrepen en dat moet behoorlijk frustrerend zijn. En dan zijn er nog de mensen die alleen maar zien wat ze willen zien. Stof tot nadenken dus.
De eenvoudige taal en het avontuur zullen kinderen zeker aanspreken. De zinnen zijn doorgaans kort. Via dialogen leer je de personages kennen. Veel herkenbare situaties en gevoelens ook, afgewisseld met een magisch sausje.
De illustraties van Sofia Falkenhem verdienen ook een pluim. In blauw en zwart, schakerend van licht naar donker, vullen ze het verhaal perfect aan. Ook het contrast waarover ik het eerder al had, wordt erdoor versterkt. Er valt veel te ontdekken en naast de tekst, kunnen ook de illustraties het gesprek openbreken.
Alleen in de nacht is een gelaagd verhaal waarin veel te ontdekken valt. En hoewel ik niet weet of het de bedoeling is, zou er heel goed een vervolg aan gebreid kunnen worden. En als dat niet de bedoeling is, dan nodigt het in ieder geval uit om samen met de kinderen talloze nieuwe avonturen te verzinnen. Zet maar op het sint- en kerstlijstje.
Alleen in de nacht | Mats Strandberg en Sofia Falkenhem (ill.) | Uitg. De Fontein (2025) | 120 pp. | Vert. uit het Zweeds door Marit Kramer | Voor lezers vanaf ongeveer 9 jaar.
Met dank aan de uitgeverij voor het recensie-exemplaar.


Geef een reactie