Soms haalt de realiteit de fictie in. Toen ik Het (niet zo) orthodoxe leven van Hoodie Rosen in de bus kreeg, werden we nog niet (opnieuw) overstelpt met beelden van religieuze onverdraagzaamheid. Dit is geen boek over grote conflicten. Isaac Blum vertelt het verhaal over een joodse wijk in een Amerikaanse buurt die niet op ‘anderen’ zit te wachten. Want onverdraagzaamheid is er helaas overal, ongeacht over welk geloof of andere overtuiging het gaat.
‘Ik heb later nog wel geprobeerd aan rabbijn Moritz uit te leggen hoe ironisch het was: onze hele gemeenschap bestond alleen nog dankzij mijn afschuwelijke misdaad.’
Aan het woord is Yehuda (Hoodie voor de vrienden) Rosen. Welke misdaad hij precies begaan heeft? Dat kom je mondjesmaat te weten als je Hoodie volgt tijdens de eerste woelige weken in zijn nieuwe buurt. Hij is pas naar Tregaron verhuisd, een stadsdeel waar ze niet op een invasie van orthodoxe joden zitten te wachten. Niet mijn woorden, maar wel die van de burgemeester en veel van haar stadsgenoten. Hoodie en zijn gemeenschap worden beschimpt, uitgesloten en vernederd. Oorspronkelijk heeft hij er zelf niet zoveel last van. Tot hij verliefd wordt op de dochter van die vredelievende burgemeester.
Aan het begin van het boek is het even wennen. Isaac Blum, zelf joods – gebruikt heel veel jiddische termen. Hoewel die achteraan in een woordenlijst allemaal netjes uitgelegd worden, is het toch altijd een beetje remmen als je voortdurend naar achter moet bladeren. Los daarvan leer je via Hoodie de joodse gebruiken wel heel goed kennen, ook de nuances binnen de geloofsgemeenschap. Zo zijn er wetten die je absoluut niet mag overtreden (zoals omgaan met/verliefd worden op een niet-joods meisje) en andere waarvan je eigenlijk verondersteld wordt om ze te overtreden. Heel ingewikkeld allemaal. En dat vindt Hoodie ook. Via zijn sarcastische humor neemt hij zijn eigen geloof meerdere keren op de korrel.
Dit boek geeft absoluut geen eenzijdige kijk op welke geloofsopvatting dan ook. Hoodie wordt heen en weer geslingerd tussen de troost en vertrouwdheid die zijn geloof hem biedt enerzijds en de vraag of sommige wetten niet een klein beetje belachelijk zijn anderzijds. Geen ‘goed’ of ‘slecht’ in dit verhaal, maar een verhelderende kijk op verschillende culturen die een manier moeten vinden om samen te leven. Blum schrijft met respect voor al die identiteiten.
‘Je ziet me vast al voor je. Ga je af op de zwaar overdreven vooroordelen over joden, dan zit je precies goed. Mazzeltof.’
Waar ik nog het meest van genoten heb, is de pittige schrijfstijl. Hoodie treedt op als verteller en hij doet dat op zo’n geraffineerd grappige manier dat ik meerdere keren zat te gniffelen. Hierdoor wordt de ernst van het verhaal verteerbaar, want uiteindelijk gaat het wel over een heftig thema. Soms spreekt Hoodie de lezer zelfs persoonlijk aan. Hoe kan je nog meer bij een verhaal betrokken geraken?
Elk hoofdstuk heeft als titel een soort van prikkelende samenvatting van wat je als lezer allemaal mag verwachten. Die vooruitverwijzingen, waar Blum gretig gebruik van maakt, creëren een nieuwsgierigheid die je vooruit stuwt in het boek. Voor je het weet zit je aan de schokkende ontknoping en leg je het boek met een (hoopvolle) zucht weg.
Door de vele joodse termen in het begin van het verhaal, had ik er even moeite mee om erin te komen. Gelukkig heb ik doorgezet, want door de luchtige en respectvolle manier waarop dit verhaal verteld wordt, heb ik er echt van genoten. Ik zou het zelfs een aanrader durven noemen.
Het (niet zo) orthodoxe leven van Hoodie Rosen | Isaac Blum | Kokboekencentrum (2023) | 223 pp. | Vert. uit het Engels door Jaap Slingerland
Met dank aan de uitgeverij voor het recensie-exemplaar.


Geef een reactie