Ik heb het eens opgezocht. Al sinds 2016 heb ik een abonnement op Bookchoice (dat toen zelfs nog Elly’s Choice heette). Voor wie de format niet kent: je krijgt elke maand acht boeken als e- en luisterboek. Je kan zelf niet kiezen wat er in de selectie zit. En het kost bijna niets, dus zelfs als je maar één boek leest, doe je er al je voordeel mee. Nee, dit is geen gesponsord artikel. Waar ik naartoe wil: door dat abonnement heb ik al veel boeken gelezen die ik anders nooit gelezen zou hebben. Ik ontdekte J.D. Barker en werd op slag een fan. Ik maakte kennis met M.J. Arlidge en John le Carré. Een van de laatste aangename verrassingen was Naar zachtheid en een warm omhelzen van Adriaan van Dis. Zijn nieuwste roman – Alles voor de reis – was het eerste recensieboek van 2026 dat ik mocht ontvangen. Ik kon niet wachten om het te lezen. Het is nog aan het nagalmen.
Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik me nog niet verdiept had in het leven van Adriaan van Dis. Ik wist dat hij een connectie had met Nederlands Indië en dat zijn boeken vaak voor een groot stuk autobiografisch zijn. Dit boek heeft niets met Indië te maken, maar je leest het wel alsof Van Dis over zichzelf praat. Nu weet ik wel dat je de verteller niet mag verwarren met de schrijver, maar bij Van Dis is die lijn wel erg dun. Om maar bij het einde te beginnen: Van Dis zegt in zijn nawoord zelf: “Alles wat niet verzonnen is, is waargebeurd”. Dus ben ik toch maar eens in zijn levensgeschiedenis gedoken. Conclusie: de kern van het verhaal ziet er alleszins niet verzonnen uit. Het maakt het extra boeiend om het boek te lezen.
Het hele verhaal speelt zich af in een hospice. De vrouw met wie hij al jaren een verhouding heeft, beleeft er haar laatste dagen. In de weken die haar nog resten, besluiten ze samen op reis te gaan. Niet letterlijk uiteraard, maar in hun gesprekken herbeleven ze gemaakte reizen en verzinnen ze zelf nieuwe – of verdraaien ze de gebeurtenissen in een wat als-verhaal. Door die verhalen leer je hen als karakters heel goed kennen, maar fileert de verteller ook hun relatie. Er is altijd de Ander die als een schaduw boven de relatie hangt. Er zijn de grillen en scherpe kantjes die nu verzacht worden met een stiekeme borrel uit een theekopje. Er zijn de schrijvers die ze ontmoet hebben of net niet. De gedichten die hen raakten en die ze nu met de lezer delen. En boven dat alles hangt het dreigende afscheid, voel en lees je de aftakeling. Soms zit het hem in kleine details. Maar die maken alles extra voelbaar.
Hoewel het onderwerp van de roman zwaar is, weet Van Dis er toch een zekere lichtheid en sereniteit in te brengen. En die taal! Ik was meteen al verliefd op de eerste zinnen.
“Op zoveel plekken snoof ik je op. In je luie stoel, met de kat op schoot, rook je naar meisje. Fris en warm. In je tuin werd je gras, en donkere aarde. In je hangmat onder de dennen waaide het hars in je haar. Hoor de dennenappels knappen in de hitte! Zullen we de zaadjes laten dwarrelen? Ogen dicht, ik blaas je schoon.”
Ik heb niet alleen genoten van de poëzie waarmee Van Dis zijn verhaal verfraaide, ik heb misschien zelfs nog meer genoten van zijn eigen poëtische, melodieuze manier van schrijven. Mijn e-boek zit vol virtuele ezelsoren.
Na twee boeken ben ik helemaal overtuigd: ik ga me verder verdiepen in het oeuvre van Adriaan van Dis.
Alles voor de reis | Adriaan van Dis | Uitg. Atlas Contact (2026) | 201 pp.
Met dank aan de uitgeverij voor het recensie-exemplaar.


Geef een reactie