11 november komt er weer aan. We herdenken het einde van de Eerste Wereldoorlog. Maar is dat wel zo? Betekent het zwijgen van de wapens dat de oorlog voorbij is? De spons erover en gewoon opnieuw beginnen? Aline Sax maakt in Negentien Negentien heel goed duidelijk dat die datum nog maar het begin is. Het begin van een langzaam terug opkrabbelen, van de gruwelijkste dingen verwerken, van schuld en schaamte, van het opgraven en herbegraven van slachtoffers, al dan niet naamloos.
Voor Henry Bennet betekent het dat hij niet langer een Engelse soldaat aan het front is. Hij keert terug naar zijn ouders en zijn verloofde. Het lukt echter niet. Hij kan niet aarden in een wereld die de oorlog zo snel mogelijk wil vergeten en doet alsof alles nu snel weer ‘normaal’ zal worden. Zelfs kleine dingen voelen plotseling heel bevreemdend. Een prachtige passage vind ik het als Henry de nieuwe kleren moet aantrekken die zijn moeder voor hem klaargelegd heeft. Dit en andere kleine beelden maken zijn onmacht bijzonder voelbaar.
Hij beslist terug te keren naar de salient, daar met zichzelf en zijn verleden in het reine te komen. In een hotel in Ieper hoopt hij met zijn demonen af te rekenen en uiteindelijk zichzelf terug te vinden. Of op zijn minst een versie van zichzelf waarmee hij kan leven. Maar ook Ieper in veranderd. De plaatselijke bevolking probeert voorzichtig weer op te krabbelen, de heropbouw is gestart en mensen proberen uit de littekens van de oorlog een nieuw leven op te bouwen. Bennet is verbolgen van de oorlogssouvenirs die aangeboden worden en de eerste oorlogstoeristen die de streek komen verkennen. Er zijn echter ook familieleden die hopen het graf van een vermiste zoon, broer of echtgenoot te vinden. Er is aan de ene kant het ongenoegen van Henry omdat die ramptoeristen nooit kunnen bevatten wat hij meegemaakt heeft, maar aan de andere kant ook de frustratie van de nabestaanden over het niet weten. Het is een boeiend vraagstuk: willen ze eigenlijk wel alle gruwelijke details kennen?
De zoektocht van Henry naar zijn nieuwe zelf in 1919, wordt afgewisseld met een verhaallijn die zich in 1916 – 1917 afspeelt. Als je op het internet leest over de slag om Passendale (of de derde slag om Ieper, zoals hij officieel heet), dan lees je over troepenbewegingen, slachtofferaantallen en tactische uitprobeersels. Als je Negentien negentien leest, dan hoor je het metrailleurgeknetter, voel je jezelf vastgezogen worden in de modder, ruik je de rottende lijken en de resten van het Duitse gas, verkil je tot op het bot, niet alleen door de aanhoudende regen, maar ook door het ijselijke geschreeuw of de doodsreutel van je kameraden. Ik ga niet beweren dat ik me ooit zal kunnen voorstellen hoe verschrikkelijk het daar geweest moet zijn. Maar Aline Sax slaagt er wel verdomd goed in om het me bijna lijfelijk te laten meemaken. Het is nu een week geleden dat ik het boek uitlas en er is nog geen dag voorbijgegaan dat het niet door mijn hoofd spookte. Meteen nadat ik het uit had, wilde ik het eigenlijk al opnieuw lezen.
Als je – zoals ik – in de streek woont, komt het allemaal nog veel dichterbij. Ik reed vroeger dagelijks langs de Brandhoek, ga vaak wandelen in Passendale, Ieper en de rest van de frontstreek. Het is vreemd en eigenlijk oneerbiedig om te zeggen, maar er zijn zoveel militaire kerkhoven dat we er al eens een durven over te slaan, want ‘weer een kerkhof’. Na het lezen van dit boek komt het allemaal weer veel harder binnen. Ik zie plots weer voor me wat de mensen die daar liggen allemaal doorstaan hebben. Wat het voor hun familie moet betekend hebben dat ze gestorven zijn in een land dat het hunne niet was, dat ze nooit meer thuisgekomen zijn. Dat het soms zelfs niet eens lichamen zijn die er begraven zijn, maar de stukken die ze nog teruggevonden hebben. Dit boek is niet zomaar een verhaal, het was voor mij een eye opener. Het is zo een boek waaruit je fragmenten zou moeten uit een vliegtuig gooien zoals men dat vroeger met pamfletten deed. En dan hopen dat iedereen ze leest en dat we nooit vergeten wat zich hier een goede honderd jaar geleden afgespeeld heeft. En wat zich vandaag nog altijd afspeelt, niet eens zo heel ver van ons bed.
Er valt nog zoveel over dit boek te zeggen: over hoe elk personage weer een ander aspect van die tijd belicht, over hoe sereen Sax dingen weet te beschrijven en ze net daardoor zo hard voelbaar maakt, over de vele thema’s die in het boek aan bod komen, elk op zich gespreksstof voor uren. Ik denk dat ik dit boek volgend jaar maar naar voor moet schuiven in onze leesclub. En misschien nodig ik Aline dan wel uit om erover te komen vertellen. Ondertussen blijft Henry Bennet dus nog even mijn metgezel. Of ik dat nu wil of niet.
Negentien negentien | Aline Sax | Uitg. Ambo|Anthos (2025) | 414 pp.
Met dank aan de uitgeverij voor het recensie-exemplaar.


Geef een reactie