Mijn man was zondag een beetje boos. Ik had hem ’s nachts uit zijn slaap gehaald. Het is allemaal de schuld van Mike Craven. Terwijl ik opbleef om dochterlief van een feestje te halen, was ik in De botanist begonnen. Vroeger dan verwacht kreeg ik een berichtje dat ik Amber mocht oppikken. Daarom dus dat ik om halftwee ’s nachts nog even wou doorlezen.
Kennen jullie de term locked room-mysterie? Agatha Christie was er een krak in. Craven weet haar in De botanist te evenaren. En dat zelfs tot twee keer toe. Om te beginnen is er een seriemoordenaar actief die zijn slachtoffers op voorhand waarschuwt. Ondanks ver doorgedreven inspanningen van de politie weet hij zijn doel toch telkens te bereiken. Daarnaast wordt forensisch pathologe Estelle Doyle verdacht van de moord op haar vader. Alle bewijzen spreken tegen haar en vooral één bijzonder feit is heel moeilijk te weerleggen. Poe, Tilly en Stephanie Flynn moeten op twee fronten strijden om de mysteries te ontrafelen.
Het perfecte evenwicht tussen humor, spanning en emotie blijft voor mij de sterkste troef van deze serie. Dat komt vooral door de interactie tussen de personages. Wie de reeks volgt, kent ze ondertussen goed genoeg om de vertrouwdheid te voelen die tussen de hoofdpersonen leeft. Ook draadjes die in vorige delen al gesponnen zijn, worden nu verder uitgerafeld. Dat betekent echter niet dat je de vorige boeken gelezen moet hebben om dit verhaal te kunnen volgen. Craven helpt de lezer voldoende op weg om De botanist los van de andere delen te kunnen lezen. Voor wie de boeken wel op volgorde las, is het leuk om te zien dat de personages zich blijven ontwikkelen. Zo merk je dat in harde noot Poe toch een zachte kern te vinden is en blijft Bradshaw haar sociale vaardigheden oefenen. Gelukkig heeft ze die nog altijd niet helemaal onder de knie.
De uitdaging voor een thrillerschrijver (en bij uitbreiding eigenlijk voor elke schrijver) zit erin om telkens weer met een originele plot te komen. Op dat vlak overtreft Craven zichzelf en veel van zijn collega’s. De manier waarop de botanist zijn slachtoffers onder de ogen van de politie weet te vergiftigen is haast niet te verklaren. De verhaallijn van Estelle Doyle lijkt hier mijlenver vanaf te staan. Toch weet de auteur beide op een sublieme manier in elkaar te verweven én bovendien met een plausibele en tegelijk beangstigende uitkomst op de proppen te komen. De moordenaar is inventief en zet zowel speurders als lezers meermaals op het verkeerde been. Voeg daar nog een aan lager wal geraakte journalist aan toe, wiens rol heel lang onduidelijk blijft en je zit gebeiteld voor een originele puzzel. Geen enkel stukje blijft achteraf los op tafel liggen.
In een interview eerder dit jaar zei Craven dat hij zich niet op zijn seriepersonages wil vastpinnen en dat hij zelfs overweegt om een van hen af en toe eens weg te laten. Ik kan me voorstellen dat dit voor een auteur eens nodig kan zijn en dat ook dit een sterk verhaal kan opleveren. Toch hoop ik stiekem dat in deel zes zowel Washington Poe als Tilly Bradshaw weer hun opwachting zullen maken.
De botanist | M.W. Craven | Uitg. Luitingh-Sijthoff (2023) | 416 pp. | Vert. uit het Engels door Fons Oltheten
Met dank aan de uitgeverij voor het recensie-exemplaar.


Geef een reactie