Je kan er niet meer naast kijken: naast fantasy overspoelt LGBTQIA+ de YA-hoek in de boekhandel. Over zowat alle letters uit deze afkorting zijn de laatste jaren boeken verschenen. Hinke van Abbema voegt er een aan toe en neemt meteen ook de hele afkorting op de korrel.
“In de spiegel zie ik een jongensgezicht, een gezicht dat niet het mijne is en me onzeker aankijkt. Ik haat het, ik haat het zo!”
Als kind al voelt Peter dat er iets niet klopt. Hij snapt niet dat hij zich niet bij de meisjes kan omkleden in de gymles. Net voor hij naar de middelbare school gaat (of de brugklas, zoals ze dat in Nederland noemen), vertelt hij zijn beste vriend Lucas dat hij eigenlijk een meisje is. Vanaf dat moment – we zitten in hoofdstuk 1 – komt alles in een stroomversnelling. De ouders worden op de hoogte gebracht en drie hoofdstukken verder is er van Peter al geen sprake meer. Vanaf dat moment leven we mee met Roos. En met Lucas, want de helft van het boek wordt vanuit zijn perspectief verteld.
Dat dubbele perspectief zorgt ervoor dat er meerdere thema’s aan bod komen: er is natuurlijk de transitie van Roos, maar Lucas heeft ondertussen zijn eigen katjes te geselen. Door een heftige gebeurtenis tijdens zijn kindertijd heeft hij last van nachtmerries en hij heeft het heel moeilijk om zijn gevoelens op een positieve manier te uiten. Hoewel hij voor Roos de allerbeste vriend is, huist in hem heel veel woede en frustratie, die hij niet altijd op een positieve manier weet te uiten. Hij heeft het heel moeilijk om zijn plek te vinden binnen zijn gezin, op school, ten opzichte van Roos … en kampt met heel veel onzekerheid. Dat vertaalt zich soms in filosofische overpeinzingen die soms heel boeiend zijn, maar evengoed bij momenten de vaart uit het verhaal halen. Zeker als hij blijft malen en de lezer keer na keer dezelfde gedachten te lezen krijgt.
Het is heel boeiend om te lezen hoe het hele traject dat Roos doorloopt precies in zijn werk gaat. De auteur kiest ervoor om een verhaal van zes jaar te vertellen en maakt daarom gebruik van serieuze tijdsprongen. Bij sommige stappen in het proces staat ze langer stil, maar toch lijkt het soms alsof ze alles van op een afstand bekijkt en dieper ingaat op de praktische kant dan op de dieper liggende gevoelens van de personages. Dat is heel jammer, want daar leent het verhaal zich heel goed toe. Nu komt het soms een beetje afstandelijk over.
Als Vlaamse lezer viel het me heel sterk op dat dit een Nederlands verhaal is. Dat is een vaststelling en zeker geen puntje van kritiek. Het speelt zich natuurlijk in Nederland af en focust dan ook op de Nederlandse gezondheidszorg. Ik denk (maar spreek me gerust tegen) dat het geloof in Nederland ook een grotere rol speelt dan in Vlaanderen. Daar moest ik even aan wennen, maar ik vond het wel heel boeiend. Ik ben wel benieuwd of dit voor jonge Vlaamse lezers de herkenbaarheid een beetje in de weg zou zitten. Ben jij (ouder /leerkracht van) een jonge Vlaamse lezer? Laat het me dan zeker weten!
Hoewel het verhaal op sommige plekken dus een beetje afstandelijk overkomt, zitten er ook mooie beelden en gedachten in verweven. Zo is er bijvoorbeeld een gesprek tussen Roos en Luuk en hun vrienden over ‘de lgbt-club’, zoals een van hen het noemt. Hierop reageert Luuk:
“Die letters zijn stom. Ze reduceren mensen tot hun genderidentiteit of hun seksuele identiteit en dan zijn die mensen ineens een minderheid. […] Ik wil geen letter.”
Dit en andere uitspraken nodigen uit tot gesprek en dat maakt het boek waardevol. Bovendien is de schrijfstijl heel eenvoudig, waardoor het boek al voor relatief jonge lezers heel toegankelijk is. Als je ’t mij vraagt, kan het dus gerust op de leeslijsten van de middelbare school.
Mijn toekomst is Roos | Hinke van Abbema | Uitg. KokBoekencentrum (2023) | 319 pp.
Met dank aan de uitgeverij voor het recensie-exemplaar.


Geef een reactie