Mijn moeder was net geen 66 toen ze stierf. Sindsdien kan ik er moeilijk tegen als iemand klaagt over ouder worden. Mijn motto: alle jaren die je krijgt, zijn een cadeau. Maar nu merk ik dat in de omgeving van mijn vader en schoonmoeder steeds meer mensen met dementie te maken krijgen. En dat gaat soms behoorlijk snel. Het doet me de dingen vanuit een nieuw perspectief bekijken. Het boek De nacht is voorbij van Evelien De Vlieger heeft die kijk nog versterkt.
Het is niet het eerste autobiografische boek dat Evelien De Vlieger schreef. Ik was al erg onder de indruk van Caravandagen en ben nog meer overdonderd door dit nieuwe boek. Hierin beleeft ze samen met haar ouders de laatste dagen van haar dementerende vader in een vakantiehuisje in Frankrijk. De korte inhoud op het achterplat zet meteen de toon:
“Ik ga op reis en ik neem mee: mijn vader, die eigenlijk liever dood wil. Mijn moeder, zijn lichtbaken en kordate gids van jaren. Mezelf, in een ongewone staat van paraatheid omdat de dood op de loer ligt. […] De nacht is voorbij is een roadtrip van een oude man, een mantelzorgster aan het einde van haar Latijn en hun dochter, die niet kan geloven dat zij nu de touwtjes in handen heeft.”
Je voelt aan alles dat dit een afscheidsreis is. Het had een zwaar en beladen boek kunnen worden, maar dat is het niet. Nergens wordt het sentimenteel. In treffende beelden schetst de auteur wat het betekent om afscheid te nemen van een dierbare, maar ook van jezelf en het leven. Dit boek gaat niet alleen over een dochter die haar vader stilaan moet loslaten. Het gaat ook over een man die snakt naar een waardig levenseinde en daar zelf niet voor mag kiezen. Het gaat over een vrouw die dag en nacht voor hem klaarstaat, zichzelf daarbij wegcijfert en zichzelf evengoed tegenkomt.
Net als Caravandagen gaat ook dit boek over kleine dingen in al hun grootsheid. Evelien De Vlieger vangt herinneringen terwijl ze gemaakt worden.
“Niets bijzonders, gewoon genieten van het uitzicht, lekker eten, goed slapen, misschien een marktje en vooral: eindelijk eens naar het onlangs aangekochte vakantiehuis in de Thiérache.”
Dat ‘goed slapen’ al lang op het verlanglijstje van de moeder staat en ‘misschien een marktje’ een huzarenstukje is voor de vader, kom je later pas te weten. Het zijn die vanzelfsprekende dingen die het hardst binnenkomen als ze dat plots niet meer zijn.
In pure, poëtische taal legt De Vlieger de laatste dagen van haar vader vast. Hier en daar verbergt ze een aanklacht over de moeilijke regelgeving rond euthanasie bij dementie. Maar dit is geen pamflet of tranentrekker. Het is een manier van rouwen. Als ze terug thuis is, begint ze te schrijven. Het is haar manier om de ziekte en de dood te verwerken.
“Ik heb nood aan een huilbui maar schrijf een boek.”
Wat ben ik blij dat ze dat gedaan heeft.
De nacht is voorbij | Evelien De Vlieger | Uitg. Pelckmans (2024) | 124 pp.
Met dank aan de uitgeverij voor het recensie-exemplaar.


Geef een reactie